Dutch
Blackjack, ook wel eenentwintigen genoemd door niet-casinobezoekers, is een spel waarbij je als speler ten minste nog enige invloed op het spel hebt. Je kunt namelijk doorgaan of passen… Hoewel het getal 21 een grote rol speelt in het spel, is het niet per se de bedoeling dat je de 21 haalt, maar dat je wint. En dat kan ook doordat de bank zich dood speelt.
Als je niet een doorgewinterde blackjackspeler bent is het verstandig op een casinosite eerst met nepgeld te oefenen. Het zou jammer van je zuurverdiende geld zijn als je al betalend de kunst machtig wordt. Blackjack is niet moeilijk te leren, maar zoals met alles in het leven, alle begin is moeilijk.
De bedoeling is zo dicht mogelijk of precies op 21 uit te komen, en in elk geval hoger dan de dealer. De dealer moet nog een kaart nemen als hij 16 heeft, waarbij 17 uitbetaalt, en dat is altijd een mooi moment, want de kans dat de dealer zichzelf dood speelt is groot. Heeft de dealer meer dan 21, dan krijgt iedereen op of onder de 21 punten uitbetaald, of je nu gepast had of niet.
Als de dealers open kaart – eentje blijft dicht liggen – een aas is, kun je je verzekeren. Je betaalt dan een deel van je inzet, meestal de helft, en krijgt je inzet uitgekeerd als de dealer er een tien of een plaatje bij heeft. Dat klinkt gunstig, maar aan het eind van het liedje is het dat niet. Het casino verdient uiteindelijk het meest aan de “Insurance”, dus de dealer biedt het je aan.
Je kunt je kaarten splitsen als je twee dezelfde hebt. Je speelt dan eigenlijk twee spelletjes tegelijkertijd en je moet voor die splitsing ook op de andere kaart geld inzetten. Splitsen heeft alleen zin bij een 9, een 10, een plaatje of een aas. De kans dat je dan geld binnenhaalt is op die manier het grootst. Splits je bij een lager getal dan moet je wel zo ongelooflijk veel geluk hebben, dat zo’n beslissing eigenlijk moet worden afgeraden.
